Matteo Giulio Bartoli was niet alleen een taalkundige. Hij was een geograaf van spraak. Geboren op 22 november 1873 in Albona d’Istria (nu Labin, Kroatië), leefde hij in een tijd waarin Europa werd hertekend. Oostenrijk-Hongarije was zijn geboorteplaats. Italië werd zijn academisch thuis. Hij stierf in Turijn op 23 januari 1946.

Zijn werk veranderde de manier waarop we over taalevolutie denken. Hij volgde niet alleen woorden. Hij volgde waar woorden bewogen en waarom ze veranderden. Hij voerde aan dat taalverspreiding rechtstreeks verband houdt met geschiedenis en cultuur. Je kunt de twee niet scheiden.

De Dalmatische casestudy

Voordat hij hoogleraar werd, deed Bartoli het zware werk. Hij promoveerde aan de Universiteit van Wenen. Vervolgens werd hij in 1907 hoogleraar aan de Universiteit van Turijn. Hij bleef daar tot aan zijn pensionering. Dat zijn bijna vier decennia onderwijs en onderzoek.

Zijn vroege werk was baanbrekend. Kijk naar Das Dalmatiche (1906). Dit boek analyseerde de Dalmatische taal. Het was een Romaans dialect. Het sprak op het Adriatische eiland Veglia (nu Krk, Kroatië). Dat dialect is nu uitgestorven. Maar Bartoli documenteerde het. Hij somde niet alleen woorden op. Hij bracht hun verspreiding in kaart. Hij liet zien hoe de geografie taalkundige grenzen dicteerde.

“Er bestaat een direct, causaal verband tussen taalkundige expansie en verspreiding… en taalverandering en de volgorde waarin deze zich voordoet.”

Dit was zijn kernstelling. Taal verandert niet in een vacuüm. Het verandert omdat mensen bewegen. Het verandert omdat culturen op elkaar inwerken. De vorm van het land bepaalt de vorm van de tong.

Ruimtelijke taalkunde en verder

Bartoli stopte niet bij Dalmatiër. Hij bouwde een theoretisch raamwerk. Introduzione alla neolinguistica (1925) en Saggi di linguistica spaziale (1945) zetten zijn ideeën over de ruimtelijke taalkunde uiteen. Hij noemde het neolinguïstiek. Het idee was eenvoudig. Taal is een ruimtelijk fenomeen.

Hij concentreerde zich vooral op Romaanse talen. Frans, Italiaans, Spaans, Portugees. Maar hij negeerde de wortels niet. Hij keek ook naar Proto-Indo-Europees. Hoe zijn die oude tongen gesplitst? Waar zijn ze heen gegaan? Zijn antwoord betrof altijd ruimte. Migratiepatronen. Handelsroutes. Politieke grenzen.

Waarom is dit vandaag de dag van belang? Omdat we taal nog steeds beschouwen als abstracte grammatica. We vergeten dat het fysiek is. Het is verbonden met de bodem en de zee. Bartoli herinnerde ons daaraan.

Waarom zijn kaart ertoe doet

Moderne taalkundigen citeren hem nog steeds. Niet omdat hij alle antwoorden had. Maar omdat hij de juiste vragen stelde. Hoe verplaatste een woord zich? Wie heeft het gedragen? Wat hield het tegen?

Zijn methoden waren beschrijvend maar diep analytisch. Hij telde niet alleen lettergrepen. Hij trok lijnen over kaarten. Hij keek naar eilanden. Hij keek naar bergen. Hij zag hoe barrières voor verdeeldheid zorgden.

Deze aanpak helpt ons ook taalverlies te begrijpen. Dalmatiër overleden. Maar Bartoli bewaarde zijn verhaal. Hij liet ons zien dat taal kwetsbaar is. Het is plaatsgebonden. Wanneer de plaats verandert, volgt de taal.

Wij worstelen hier vandaag de dag nog steeds mee