Helen Keller was nog maar 19 maanden oud toen een ernstige ziekte haar zicht en gehoor beroofde. Het verlies van zintuiglijke input stopte haar spraakontwikkeling vrijwel onmiddellijk. Jarenlang leefde ze in een wereld van isolatie. Toen kwam Anne Sullivan.
Op vijfjarige leeftijd begon Keller les te geven bij Sullivan. De methode was tactiel en revolutionair. Sullivan drukte het handmatige alfabet in de palm van Keller’s hand. Dit was niet alleen spelling. Het was de brug naar de taal.
Keller ging al snel verder dan eenvoudige objectnamen. Ze leerde lezen en schrijven in braille. Deze vaardigheid opende literatuur en onderwijs op een manier die voorheen onmogelijk was voor iemand met haar handicap.
Haar levensverhaal werd een literair monument. Ze schreef verschillende boeken. Het meest opvallende is The Story of My Life, gepubliceerd in 1902. Het beschrijft de strijd en de triomf van het leren communiceren.
Het drama van haar vroege jaren werd later op het podium en op het scherm vastgelegd. Het toneelstuk van William Gibson, The Miracle Worker, ging in première in 1959. In 1962 volgde een verfilming.
Keller woonde tot 1 juni 1968 in Westport, Connecticut. Ze begon haar leven in Tuscumbia, Alabama, in 1880. Haar reis van isolatie naar auteurschap blijft een belangrijke case study in het speciaal onderwijs. Het laat zien hoe geduld en tactiele methoden het menselijk potentieel kunnen ontsluiten.





















