Kunstmatige intelligentie (AI) verandert snel de manier waarop leraren werken, maar ondanks nieuwe efficiëntieverbeteringen blijft de kernrol van docenten cruciaal voor effectief leren. De integratie van AI gaat niet over het vervangen van leraren; het gaat om het vergroten van hun vaardigheden – en het vereist dat leraren kritisch en deskundig toezicht houden.

De evolutie van technologie in het lesgeven

De verschuiving naar door AI ondersteunde klaslokalen weerspiegelt technologische integraties uit het verleden. Al in 1999 experimenteerden docenten met eenvoudige webtools om het leren buiten de klasuren uit te breiden. Het doel was simpel: leerlingen voorzien van hulpmiddelen als de leraar niet beschikbaar was. Deze vroege adoptie laat een patroon zien: technologie is het meest effectief als deze wordt aangestuurd door duidelijke pedagogische behoeften, en niet alleen door technische mogelijkheden.

Hetzelfde principe geldt vandaag de dag. Leraren adopteren niet alleen AI; ze gebruiken het om lesplannen, quizzen en leesmateriaal te genereren, en om instructie voor diverse leerlingen te verzorgen. Uit een recent onderzoek van Newsela (mei 2025) blijkt dat leraren AI inzetten om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar persoonlijke ondersteuning. Een leraar Engels op een middelbare school meldde dat hij AI gebruikte om eenheidsplannen te formuleren en zelfs feedback te geven op het schrijven van leerlingen, vooral voor ESL-leerlingen die woordenschat opbouwen.

Drie richtlijnen voor effectieve AI-implementatie

De echte vraag is niet of leraren AI moeten gebruiken, maar hoe ze het moeten evalueren. Uit decennia van onderzoek en praktijkervaring komen drie richtlijnen naar voren:

  1. Beslissingen over AI baseren op professioneel oordeel. AI kan snel inhoud creëren, maar docenten moeten onafhankelijk de nauwkeurigheid, instructiekwaliteit en relevantie ervan voor hun leerlingen beoordelen. Geef prioriteit aan tools die transparant zijn over hun AI-gebruik, zodat docenten de volledige discretie over het eindproduct behouden.
  2. Wees een expert in het origineel bij het nivelleren van tekst. AI kan teksten aanpassen aan verschillende leesniveaus, maar voor effectieve differentiatie is meer nodig dan alleen kwantitatieve metingen zoals Lexile-scores. Het vereist een kwalitatief begrip van het originele materiaal, inclusief de volwassenheid ervan, de vereisten voor achtergrondkennis en de algehele organisatie ervan. Leraren moeten door AI gegenereerde genivelleerde versies zorgvuldig beoordelen en bijhouden wat behouden blijft en wat verloren gaat.
  3. Overweeg de expertise die nodig is voor activiteiten in de klas. AI is een krachtige assistent, maar vereist toezicht. Als u zich niet kunt voorstellen dat u het werk zelf doet, wordt het evalueren van de output van de AI moeilijk. Benader AI-tools met de nodige voorzichtigheid en geef de voorkeur aan tools die zijn ontworpen door docenten die inzicht hebben in de uitdagingen op het gebied van pedagogiek en klaslokaal.

De blijvende waarde van de expertise van docenten

Deze richtlijnen versterken een fundamentele waarheid: AI versnelt taken, maar de expertise van docenten zorgt ervoor dat ze betekenisvol en nauwkeurig zijn en zijn afgestemd op de behoeften van studenten. De grootste hulpbron blijft het oordeelsvermogen en de vaardigheid van docenten.

AI kan instructietaken versnellen, maar het is de expertise van docenten die ervoor zorgt dat deze taken betekenisvol en accuraat zijn en aansluiten bij de behoeften van leerlingen.

In plaats van de controle over te laten aan machines, moeten leraren hun professionele oordeel inzetten om ervoor te zorgen dat AI dient als een hulpmiddel voor verbeterd leren, en niet als vervanging voor menselijke begeleiding. Studenten verdienen het inzicht van bekwame docenten meer dan dat ze digitale oplossingen nodig hebben.