Het legendarische ruimtevaartuig Voyager 1 gaat een kritieke fase van zijn missie in. NASA heeft officieel een van de drie resterende wetenschappelijke instrumenten gedeactiveerd om een plotselinge vermogensdaling op te vangen, waardoor de sonde slechts twee functionele instrumenten overhoudt om het interstellaire medium te bestuderen.
De stroomcrisis en recente deactiveringen
Afgelopen vrijdag hebben NASA-ingenieurs het Low-Energy Charged Particles (LECP) -experiment stopgezet. Dit instrument was essentieel voor het meten van ionen, elektronen en kosmische straling en voorzag wetenschappers van essentiële gegevens over de drukfronten en structuren in de ruimte tussen sterren.
De beslissing werd eerder ingegeven door noodzaak dan door keuze. Na een manoeuvre eind februari ondervond het ruimtevaartuig een onverwachte daling van het energieniveau. Om een totale systeemstoring te voorkomen, kozen missiemanagers van het Jet Propulsion Laboratory van NASA ervoor om de stroombelasting te verminderen.
“Hoewel niemand de voorkeur heeft om een wetenschappelijk instrument uit te schakelen, is het wel de beste beschikbare optie”, zegt Kareem Badaruddin, missiemanager van Voyager.
Een erfenis van verkenning
De Voyager-tweeling, Voyager 1 en Voyager 2, werd in 1977 gelanceerd en werd ontworpen voor een ‘grand tour’ door het buitenste zonnestelsel. Terwijl Voyager 1 snel langs Jupiter, Saturnus en Titan vloog, ligt zijn ware erfenis in zijn huidige positie: hij bevindt zich momenteel 25,78 miljard kilometer verwijderd van de aarde en reist met snelheden van meer dan 81.000 km per uur.
De uitdaging waarmee de missie wordt geconfronteerd, is het onvermijdelijke verval van haar krachtbron. Het ruimtevaartuig is afhankelijk van een kernenergievoorziening die al tientallen jaren gestaag aan kracht verliest. Sinds het einde van de jaren tachtig heeft NASA een strategisch ‘sunsetting’-proces gevolgd, waarbij systematisch instrumenten worden uitgeschakeld om prioriteit te geven aan de meest kritische wetenschappelijke functies naarmate elektriciteit schaars wordt.
De weg voorwaarts: project “Big Bang”
Voyager 1 werkt nu met slechts twee instrumenten:
* De magnetometer
* Het Plasma Wave-subsysteem
Bij het huidige stroomverbruik schat NASA dat deze configuratie ongeveer een jaar haalbaar zal blijven.
Om het verouderingsproces tegen te gaan, ontwikkelen ingenieurs een gespecialiseerde energiebesparende strategie die bekend staat als het “Big Bang”-plan. Deze procedure heeft tot doel het energieverbruik van beide Voyager-sondes te optimaliseren om hun operationele levensduur te verlengen. NASA is van plan dit nieuwe protocol vanaf volgende maand op Voyager 2 te gaan testen.
Conclusie
Terwijl de kracht van Voyager 1 afneemt, verschuift NASA van brede verkenning naar een zeer gecontroleerde conserveringsmodus. Het succes van de komende ‘Big Bang’-testen op Voyager 2 zal bepalen hoe lang deze historische sondes gegevens kunnen blijven verzenden vanaf de rand van de interstellaire ruimte.
